Troebelheid versus UV-transmissie

In sommige gevallen wordt de troebelheid verward met de transmissie van het water. De troebelheid van het water beïnvloedt de transmissie van het water, maar de transmissie heeft geen invloed op de troebelheid.

Troebelheid

De troebelheid van water wordt in het algemeen gemeten met infraroodstraling met een golflengte van 860 nm. De detector is onder een hoek van 90° geplaatst ten opzichte van de lichtbron. Het verstrooide licht wordt gemeten en vormt een maat voor de hoeveelheid zwevende deeltjes (klei, slib, algen, micro-organismen, enz.) in het water.

De meeteenheid voor troebelheid is:

  • NTU (Nephelometric Turbidity Units)
  • FNU (Formazin Nephelometric Units, ISO-standaard)

Soms wordt ook zichtbaar licht (400–600 nm) gebruikt om troebelheid te meten. Dit geeft een hogere nauwkeurigheid voor kleinere deeltjes, maar is gevoeliger voor de kleur van de deeltjes.

Totaal zwevende stoffen (TSS)

De meting van de TSS-concentratie wordt uitgevoerd door het water te filtreren (poriegrootte ~ 1,5 µm) en de hoeveelheid droge stof te wegen in [mg/l].Troebelheid en totaal zwevende stoffen kunnen niet rechtstreeks met elkaar worden vergeleken, omdat::

  • zeer fijne deeltjes een hoge NTU-waarde en een lage TSS-waarde geven
  • enkele grote deeltjes een lage NTU-waarde en een hoge TSS-waarde geven

Transmissie

De UV-transmissie wordt beïnvloed door opgeloste organische stoffen (DOC) en zwevende deeltjes (TSS), die de kiemdodende UV-straling absorberen of verstrooien. Als de DOC-concentratie toeneemt, daalt de transmissie, terwijl de troebelheid niet verandert.

 

Als de troebelheid toeneemt, zal ook de transmissie afnemen. Vaak vormt dit echter slechts een klein deel van de gemeten transmissievermindering, omdat UV-C doorgaans wordt toegepast op helder water waarbij absorptie domineert. Een lagere UV-transmissie kan worden gecompenseerd door meer UV-vermogen toe te passen.

Hoge concentraties troebelheid en totaal zwevende stoffen hebben een negatief effect op het UV-desinfectieproces. Deeltjes veroorzaken schaduwwerking, waardoor de UV-straling het micro-organisme of virus niet kan bereiken. Het verhogen van het UV-vermogen verbetert de desinfectie in dat geval niet; het verwijderen of verkleinen van de deeltjes is dan de aangewezen oplossing.